[video] Cartagena en Baru: bliksembezoek en witte stranden

Een vaste prik op de kalender bij mijn Colombiaanse schoonfamilie is Baru, begin januari. Baru is een schiereiland op een uurtje rijden buiten Cartagena. Je kent het wel zon, azuurblauwe zee, wuivende palmbomen en even helemaal niets. Ditmaal combineerden we Baru met de koloniale ommuurde oude stad van Cartagena. Het werd een bliksembezoek.

De weken rond kerst en Oud & Nieuw trekken de Colombianen er massaal op uit. Het is dan makkelijk om vrij van het werk te krijgen en de scholen zijn dicht. Net als in Nederland eigenlijk. Een populaire bestemming is dan Cartagena en omstreken. Elk jaar reizen wij af naar Baru, een schiereiland op een uurtje buiten Cartagena. Daar staat een vakantieresort waar je je weer helemaal kunt opladen voor het nieuwe jaar.

Renault

De taxi is mooi op tijd vanmorgen. We hadden hem gisteren als besteld en het is het mannetje dat ons altijd brengt en ophaalt. Zijn vertrouwde taxi heeft hij thuis moeten laten vanwege de pico y placa, meldt hij op het nippertje. Zijn kenteken eindigt op een even nummer en vanochtend mogen alleen de oneven nummers de weg op. Hij komt met de oude Renault van zijn vader. Een stokoude Renault. Als een wonder lukt het ons om vier personen, alle koffers en een kinderwagen aan boord te krijgen. In no-time staat we op El Dorado, want het is niet druk op de weg deze tijd van het jaar. Vanwege de kinderen mogen we plaatsnemen in de speciale rij om in te checken. Binnen een kwartier zijn we van de meeste koffers af en kunnen we een kopje koffie drinken alvorens naar de gate te gaan.

Helderblauw

Met Avianca vliegen we naar Cartagena. Als we op het bord met vertrektijden kijken lijkt het wel een busdienst. Elk kwartier gaat er ‘tijdens de spits’ vanuit de hoofdstad een vliegtuig naar Cartagena. Het is onderweg helder weer. We kijken veel uit het raam en zien Colombia als een groene lappendeken onder ons heen glijden. We zijn nog niet erg lang onderweg als het vliegtuig al de daling inzet. Het is immers maar iets van een uur vliegen om de 700 kilometer te overbruggen. De laatste kilometers zijn fenomenaal. Links zien we de skyline van witte wolkenkrabbers met daaromheen helderblauw water. De landing is ook bijzonder. Pal langs de landingsbaan blijken namelijk mensen te wonen. In regelrechte krotjes.
cartagena-lucht

Warm welkom

De charme van Cartagena begint al als je vliegtuigtrap afloopt. Het is heerlijk warm en de wind blaast ons zachtjes wat verkoeling tegemoet. Het vliegveld is betrekkelijk klein dus je staat snel met je koffer buiten. De bus van ons hotel wacht ons al op. In voorgaande jaren reden we altijd direct naar Baru, maar ditmaal hebben we gekozen voor één hotelovernachting in Cartagena. Het doel: even de sfeer opsnuiven van de oude stad. We slapen er niet – wel heel mooi, maar ook prijziger – maar in een van de vele hotelkolossen op het smalle stukje land. Onze kamer bevindt zicht op de 18e (van de 22) verdieping. Als we links kijken zien we zee, als we rechts kijken ook.

Werelderfgoed

Cartagena is in dat opzicht wel bijzonder te noemen. Zo is de oude ommuurde stad – Unesco Werelderfgoed – drie keer vallen en opstaan verwijderd van het vliegveld. Als je de vestingwal nadert, kijk je ver uit over de boulevard, die qua kromming veel weg heeft van de Malecon in Havana. In de verte vormen de vele torenflats een schril contrast met het prachtige oude koloniale Cartagena. Je ziet bij het voorbijrijden al de diverse torentjes en koepels boven de stadsmuren vandaan komen.
cartagena-bij-nacht

Torre del Reloj

Voordat we eenmaal de koffers in de kamer hebben, een lunch en siësta hebben gehad en even ter verfrissing hebben gezwommen in het zwembad van het hotel, is het al ver in de namiddag. Met kleine kinderen ben je eenmaal wat minder flexibel dan wanneer je kinderloos reist. We springen in een taxi en een halfuur voor zonsondergang staan we voor de centrale stadspoort van de oude stad: de Torre del Reloj. Ook al hebben we maar even tijd – de kids zien het nu al niet meer zitten – geeft een wandeling van dik een uur al het ultieme vakantiegevoel. De oude stad van Cartagena is zo sfeervol en zo prachtig dat het met stip op één staat op de lijst met mooiste plekjes in dit toch al wonderschone land.
cartagena-torre

Paard en wagen

Gelukkig zijn we vaker in Cartagena geweest en weten we hoe heerlijk je kunt eten op een van de fijne pleintjes, hoe je een cocktail kunt drinken op de stadsmuur – met uitzicht op zee – en hoe de zon in de zee zakt gezien van de Castillo de San Felipe de Barajas, de oude verdedigingslinie. En een ritje met paard in wagen – hoe commercieel ook – ‘done that’.

Bounty-eilandjes

Cartagena heeft zelf geen mooie stranden, hooguit wat drukbezette stukjes grauw zand voor de immense hotels. Voor hagelwit genieten moet je de boot of de auto pakken. Voor de kust liggen de Islas del Rosario, 27 eilandjes waar je op sommige ook kunt slapen. Verwacht Bounty-eilandjes met kleinschalige hotels. Je kunt er ook terecht voor een dagtocht. Wij kiezen elk jaar dus voor Baru. Dat is de plek waar je Playa Blanca kunt vinden. Inderdaad: ‘het witte strand’. Vanuit Cartagena gaan er dagtochten naartoe en dan zit je een dik uur in de bus.

Op weg

Wij hebben een bus van het hotel. DeCameron heet de hotelketen waar het complex op Baru van is. Het is een afgescheiden complex van Playa Blanca, dus je hoeft je strand niet te delen met de vele dagjesmensen. Dit rit begint mooi. We rijden door wat oude wijken van Cartagena -stuk voor stuk filmlocaties – nadat we eerst Castillo de San Felipe de Barajas passeerden. Zo, dan hebben we hem toch gezien. Vervolgens wordt het uitzicht troosteloos. Uitgestrekte industrieterreinen vol petrochemie wisselen zich af met armetierige suburbs. Langs een rivier staan zelfgebouwde huisjes en de rommel ligt tot in de rivier. Hier moet het leven geen pretje zijn. Vervolgens komen we in delen niemandsland. Soms dor, dan weer wat groener. Waar we een aantal jaren geleden nog het pontje moesten nemen naar het schiereiland is er nu een aparte weg aangelegd en een brug gebouwd. Na een paar piepkleine dorpjes slaan we een grindweg op. Als je hier nooit eerder geweest bent houd je je hart vast. Naar wat voor een hotel gaan we? Een kilometer of twee rijden we voorzichtig over het weggetje. Net als je denkt dat je aan het einde van de wereld bent aanbelandt, zie je de slagbomen van het resort. De laatste paar honderd meter zijn geasfalteerd en de hoeveelheid groen die hier opeens opduikt, doet vermoeden dat we in een oase zijn beland.

Baru

De ligging van DeCameron Isla Baru is prachtig. Zogezegd aan een hagelwit strand met een prachtige zijdezachte aanvoelende zee, maar bovenal is het complex fraai aangelegd. Er is veel hoogteverschil – aan rolstoelen en kinderwagens is echter gedacht – en er is de ruimte genomen om de appartementen neer te zetten. De appartementen zijn riant en modern. Al met al zitten er vele honderden gasten, maar als door het complex loopt heb je daar geen idee van. Als we een uurtje bij het zwembad zitten, denken we dat het terrein haast uitgestorven was.

DCIM100GOPROGOPR0885.

All-inclusive

DeCameron Isla Baru kent een behoorlijk stuk strand en twee grote zwembaden. Centraal op het terrein vind je de receptie met daaronder het restaurant. En ja, het is all-inclusive dus het is naar hartenlust schransen met zo’n bandje om je pols, maar toch is er ook ruimte voor kleinschaliger dineren. Er zijn immers ook drie a la carte restaurants te vinden – Aziatisch, Italiaans en visrestaurant aan het strand – waar je na reservering in de avond kunt eten. Het in eten in buffetrestaurant is behoorlijk goed – vooral de verse producten uit regio, zoals vis en fruit – en in de overige restaurants ietsje beter.

DCIM100GOPROGOPR0850.

Karaoke

Al met al is DeCameron Isla Baru – het scoort een 8,3 op booking.com – een fijne plek voor een paar daagjes niets. Het is vooral in trek bij families – zoals wij – en wat minder geschikt voor de jonge kinderloze reiziger. Er loopt namelijk ook een animatieteam rond en ’s avonds zijn er shows en karaokesessies. Die doen er beter aan om op een Bounty-eilandje te zitten of in hartje Cartagena.