Colombia is spotgoedkoop, maar hoe zit het nu echt?

Laatst las ik een Facebook-verslag van Wout of the World, een Nederlandse wereldreiziger die recent Colombia aandeed. Bij een foto met een tafel vol eten schrijft hij:

“Colombia is goedkoop, dat wist ik van te voren al. Inmiddels begin ik zelfs te denken dat dit het goedkoopste land op aarde is. De maaltijd op tafel bestaat uit vier gangen. We krijgen soep, maïskolven, rijst, avocado, salade, karbonade, een schaaltje watermeloen, verse ijsthee en een taartje toe. De prijs? € 2,20. Hoe dan?”
wout-of-the-world
Copyright: Wout of the World

De verbazing van Wout valt mij ook wel eens ten deel in Colombia. Een tijd geleden had ik een probleem met mijn fiets, waarmee de fietsenmaker echt wel eventjes zoet mee was. Bovendien moest hij voor zijn reparatie nog wat materiaal gebruiken. De rekening: 5.000 pesos. Ongeveer 1,50 euro. In het zelfde rijtje: naar de kapper ga je voor dik 2 euro en een volle tank benzine voor 25 euro is ook de normaalste zaak van de wereld.

Inkomensongelijkheid

Om te verklaren dat sommige zaken zo goedkoop zijn in Colombia is het goed te realiseren dat de inkomensongelijkheid in Colombia enorm is (de benzine is zo goedkoop omdat Colombia zelf een olieproducerend land is). Ze staan op dat gebied in de top-10 van de wereld. Nederland ook, maar dan in de top-10 aan de andere kant van de lijst: de minste inkomensongelijkheid. Zo kun je in Colombia, zeker in de grote stad, goed verdienen. Een salaris dat zelfs naar Nederlandse maatstaven riant is, is mogelijk. De praktijk leert echter dat zulke salarissen alleen betaald worden aan de bovenkant van de markt. Voor een fietsenmaker, een kapper, een huishoudster of een winkelbediende is één miljoen pesos – zo’n 300 euro – helemaal niet geen uitzondering. Sterker nog, 5.000 pesos (1,50 euro) per uur verdienen is voor laaggeschoold werk best gebruikelijk. Op een veertig urige werkweek is dat 60 euro, ofwel 240 euro per maand.

Valutakoers

In euro’s alles omrekenen is niet helemaal eerlijk, want nog niet zo lang geleden was één miljoen pesos nog bijna 400 euro. Nog steeds weinig, maar met de valutakoersen hebben de Colombianen maar deels te maken. Vooral geïmporteerde zaken worden duurder, maar de kapper past er zijn prijs niet op aan. En ook de maaltijd die Wout nuttigde met vooral lokale producten is er niet heel veel duurder op geworden. Maar toch, iedereen begrijpt dat de levensstandaard met 1 miljoen pesos per maand niet zeer hoog is.

Cuba

Ruim tien jaar geleden bivakkeerde ik een aantal maanden op Cuba. Om Spaans te leren. Fidel Castro was nog aan de macht en hij hanteerde een geldsysteem voor Cubanen én eentje voor toeristen. Zo kon een welbekende Mojito 7 pesos (0,25 eurocent) kosten voor Cubanen, maar werd voor toeristen een bedrag van 7 dollar geregeld in de vorm van speciaal gedrukt Cubaans geld dat een 1 op 1-verhouding met de dollar had. Dat Cubaanse fenomeen kent Colombia niet, maar door de grote inkomensongelijkheid lijkt het wel eens of er twee economieën bestaan. Eentje met prijzen die redelijk richting de West-Europese maatstaf gaan en eentje waar je dus 2,20 euro betaalt voor een uitgebreide maaltijd. Zo zit er aan het einde van mijn straat een restaurantje dat zich vooral mikt op arbeiders. De prijzen voor een complete warme lunch – vergelijkbaar met wat Wout at – kost hooguit 10.000 pesos. Een eurootje of drie dus. Loop ik de andere kant van de straat uit, dan vind ik daar de Crepes & Waffles. Daar kost een salade of een soepje ook 9.000 tot 10.000 pesos (2,70 euro- 3 euro). Maar dan moet je nog aan je hoofdgerecht beginnen. Dus dan ben je met gemak het drievoudige kwijt. Nog steeds niet peperduur, maar wel te veel gevraagd voor de doorsnee arbeider die 1 miljoen pesos per maand verdient. Even verderop zit de Corral, een hamburgertent. Een stevige hamburger met patat kost daar ruim 20.000 pesos, ofwel 6 euro. Voor mijn behulpzame fietsenmaker is dat dus een halve dag werken.
Cuba

En dan wonen wij net buiten het centrum. In het centrum zijn de prijzen hoger. Dat heeft deels te maken met de hogere huurkosten per vierkante meter, maar ook hanteert men in Bogota een systeem van ‘stratos’, ofwel districten/niveaus. Elke wijk heeft zijn strato, of niveau. De armste wijken zijn ingedeeld als strato 1 of 2, de middenklasse woont in strato 3 of 4 en de rijken wonen in strato 5 of 6. Per strato stijgt het bedrag dat je betaalt voor zaken als water, gas, licht en internet. Als je een internetabonnement afsluit dan vraagt men bij de provider eerst naar je strato. Zo kan het zijn dat iemand in strato 1 20.000 pesos per maand voor een internetabonnement betaalt en iemand in strato 6 voor precies hetzelfde abonnement bijvoorbeeld 100.000 pesos meer.  Dat is redelijk vergelijkbaar met het Nederlandse nivellerende belastingstelsel. Verdien je meer, dan betaal je meer belasting.

Nuance

Even terug naar de opmerking van Wout. “Colombia is goedkoop, dat wist ik van te voren al. Inmiddels begin ik zelfs te denken dat dit het goedkoopste land op aarde is.” Wout heeft bijna gelijk, want Colombia staat op plek tien van de landen in de wereld waar het levensonderhoud het goedkoopst is. Voor dat je nu net als ik gelijk het vliegtuig naar Colombia pakt om er te gaan wonen, komt nu de nuancering. Zonder in detail ons huishoudboekje openbaar te maken, kan ik je melden dat je voor een verzekering (voor heel je gezin, twee volwassenen en twee kleine kinderen) circa 15 procent minder kwijt bent dan in Nederland. Datzelfde percentage geldt voor de servicekosten van ons appartement. Valt dus nog wel mee met dat spotgoedkope leventje. Uit eten gaan is meestal 30-50 procent goedkoper dan in Nederland. Mooi meegenomen, maar dat doe je dus ook niet elke dag,
Een volle kar boodschappen is zelfs duurder dan in Nederland. Natuurlijk zijn zaken als rijst, bananen avocado’s, mandarijnen en andere lokale groeten en vruchten heel goedkoop, maar een grote pot Nutella kost je meer dan 6 euro. Ook het brood is duurder, de luiers, de pasta etc. En van bonuskaarten – het tweede product gratis – hebben ze hier nog niet gehoord.
Nutella

Kinderen

En dan de uitgaven in relatie tot kinderen. Een uurtje zwemles kost bijna 15 euro per uur. Kinderkleding en kinderwagens of een autostoeltje zijn ook aan de prijs. Niet goedkoper dan in Nederland in ieder geval. De absolute klapper is het onderwijs. Ik schreef er recent al over dat de enige normale optie voor goed onderwijs een privé school is. Laatst waren we bij een open dag van eentje. De school zag er prima uit. En toen kwam het prijskaartje. Om je vierjarige kind daar op school te hebben, betaal je 2,3 miljoen pesos per maand. Dat is bij de huidige gunstige eurokoers dus 690 euro. Als de koers weer terugzakt naar het niveau van een jaar of twee geleden, heb je het zelfs over 800 euro. Per maand dus. En dat betaal je tot voor het kind tot je zeventiende. Heel gebruikelijk is ook een eenmalige aanmeldingsfee. Die bedraagt voor de school die wij bezochten 18 miljoen pesos. Dat is bijna 5.500 euro. Je schijnt nog iets van korting te kunnen krijgen, maar op deze school kom je het eerste jaar uit op 40 miljoen pesos aan kosten. Dat is 12.000 euro! Voor een kind van vier. En het erge is, dat is nog niet eens de duurste school. Bedragen van 20.000 euro voor het eerste jaar, komen ook voorbij. Dan heb je een school die wellicht het niveau van het Nederlandse onderwijs iets overstijgt. Op een school van de overheid zit je daar echter ruim onder. Geen keus dus. Als compensatie geldt dat de belastingtarieven lager zijn in Colombia dan in Nederland. Maar dat geldt voor bijna elk land ;).
School in Colombia

Simpel leven

Maar hoe betaalt de Colombiaan dit alles met zijn 1 miljoen pesos per maand? Het antwoord is overduidelijk: dat kan hij niet! Sowieso leeft hij waarschijnlijk in strato 2, en in de normale supermarkt komt hij nauwelijks. Geen Nutella op het brood dus, maar leven op de producten die in Colombia worden verbouwd of anderzinds betaalbaar zijn: mais, koffie, avocado’s, bananen, rijst, sinaasappels. En af en toe een biertje of een goedkope kip. Hij heeft waarschijnlijk geen auto maar alleen een fiets, of gaat met het openbaar vervoer. Een verzekering heeft hij soms wel via zijn werkgever. En de kinderen gaan naar een lokaal schooltje en niet naar een privé-school. De universiteit is dus een onmogelijke vesting voor zijn kroost. Vanwege de kosten én de kwaliteit van de vooropleiding. Ook de volgende generatie zal het dus waarschijnlijk moeten doen met een baan waarbij hij net in zijn levensonderhoud kan voorzien.

De conclusie mag zijn dat als je hier woont en naar West-Europese maatstaven leeft, je niet per se goedkoop uit bent, zeker niet met kinderen. Als je bereidt bent je leven simpeler te leven, kun je inderdaad veel doen voor je euro. Bijvoorbeeld voor een klein bedrag een uitgebreide lunch nuttigen, zoals Wout deed. Ook binnenlandse vluchten en hotels zijn goed betaalbaar. En dat is precies wat elke toerist wil horen.