Column van een expat: Autoliefde

Toen mijn schoonvader laatst z’n 15 jaar oude auto wilde verkopen, hing hij er een prijskaartje aan van bijna tienduizend euro. Veel te veel dacht ik nog, want de cataloguswaarde die ik op een Nederlandse website opsnorde was amper de helft. Wellicht moet er nog een potje afdingen tegenaan, dacht ik nog. Zover kwam het niet, want uiteindelijk besloot hij de auto toch niet te verkopen. Zo kon ik niet achterhalen of het een reële vraagprijs was, die hij vroeg.

Duur

Recent kwam ik een Nederlander tegen die net z’n koffers had gepakt naar Colombia. Een van z’n eerste grote aankopen in z’n nieuwe thuisland was een auto. Nog voordat ik er naar kon vragen, gaf hij zelf het aankoopbedrag van z’n tweedehandsje prijs. Om vervolgens er aan toe te voegen; ‘Voor die prijs heb je haast een nieuwe’ én; ‘In Nederland zou ik voor dezelfde auto de nauwelijks de helft kwijt zijn’. Volgens hem hebben de extreem hoge prijzen van occasions te maken met de autocultuur in Colombia. De heilige koe is van zoveel waarde voor de Colombiaan, dat hij hem voor de hoogst mogelijke prijs doorverkoopt.

Regen

De autoliefde van de Colombiaan lijkt wel wat op die van de Amerikaan. De eigenaar en z’n bolide zijn onafscheidelijk. Even naar de supermarkt op de hoek van de straat? Dan pak je toch gewoon je auto. Zo spreken we wel eens af met familieleden in een restaurantje in de buurt. Waar wij gaan wandelen, pakken zij de auto. En ze wonen vlakbij ons. Als je vraagt waarom ze niet gezellig meewandelen is het antwoord ‘maar wat als het straks regent?’ Ja wat dan? Dan steek je een paraplu op.

Wandelen en fietsen doe je als autobezitter gewoonweg niet. Fietsen is een sport voor op zondagochtend, geen vervoersmiddel van A naar B.

Lees ook: Met de huurauto dwars door Colombia: dit moet je weten

Schoon

Hoewel al die korte stukjes rijden met een koude motor niet zeer bevorderlijk is voor de levensduur van je auto, vertroetelt de Colombiaan z’n favoriete vervoersmiddel wel. Het liefst staat de auto binnen in de garage of onder een afdakje. Ook moet hij wel een beetje blinken. Regelmatig breng je je trots dus naar de wasstraat – lees: een team van jongens die je auto met de hand schoonmaken – in de buurt.

Disco

De grootste auto-fanaten passen het uiterlijk van hun auto aan. ‘Tunen’ heet dat. Diegene met een slechte smaak – en dat zijn er best veel, bewijst de praktijk – veranderen hun verlichting in die van een ouderwetse discotheek. Ook taxichauffeurs maken zich daar schuldig aan. Bij het afremmen lichten dan niet de remlichten rood op, maar geven ze een lichtshowtje af. Het lijkt te mogen van de Colombiaanse rijksdienst voor het wegverkeer. Net als geblindeerde ramen rondom.

Amerikaans

En wat rijdt de Colombiaan? Vaak een SUV. De brandstofprijzen zijn immers laag, en zo’n vierwielaangedreven model bewijst regelmatig z’n waarde in een land waar lang niet alle wegen in goede staat zijn. Het populairste merk is Chevrolet, al doen Japanse merken als Toyota en Nissan het ook goed. Zelfs Dodge en SsangYong– margemerken in Europa – worden veel verkocht. Topper onder de Europese merken is Renault. Modellen die in Nederland als Dacia over de toonbank gaan, heten hier gewoon Renault. En wel eens gehoord van de Volkswagen Gol? Dat is een Polo-variant die alleen voor de Zuid-Amerikaanse markt is bestemd. Iets simpeler van opzet, maar oh zo duur. Althans, als je hem tweedehands koopt.

Beeld: Flickr Creative Commons – Matthew Slimmer