Doorreizen vanuit Colombia: Costa Rica

Na je vakantie in Colombia kun je natuurlijk direct naar huis vliegen. Of je bezoekt nog andere prachtige landen in de regio. Een aanrader: Costa Rica.

Vanuit Bogotá zit je in iets meer dan twee uur in de hoofdstad van Costa Rica; San José. Om de hoek dus en daarom stapte Colombiablog recent het vliegtuig in voor een 8-daagse mini-rondreis door het middenamerikaanse land. Met de kids.

Boeken

Maar allereerst iets over de voorbereidingen. Naast de Lonely Planet en de gedetailleerde reisbeschrijvingen op de websites van reisorganisaties als Djoser bleek de site van Matt & Jenn een zeer goede informatiebron. Dit Amerikaanse koppel reisde tien jaar geleden voor het eerste naar Costa Rica en werd hopeloos verliefd op het land. Op ‘Two Weeks In Costa Rica’ geven ze talloze bruikbare tips. Een soort Colombiablog.nl dus, maar dan voor Costa Rica ;).

Omdat wij met twee kleine kinderen reisden, wilden we niet teveel verplaatsingen inplannen. En we wilden snel en comfortabel kunnen reizen. We kozen dus voor een huurauto voor en periode van 8 dagen en twee hoofdbestemmingen: La Fortuna en Quepos. Hotels en de huurauto boekten we via booking.com.

Verhuurperikelen

Een directe vlucht van Avianca (retourticket a 200-300 euro) bracht ons in dik twee uur naar San José. We kozen voor de vroege vlucht van 8.00 uur, zodat we meteen met de huurauto door konden rijden naar La Fortuna; de eerste bestemming van de reis. Bovendien is het in in Costa Rica een uur vroeger dan in Colombia, waardoor we nog in de ochtend bij de balie van het Avis-kantoor ons konden melden voor de huurauto. Snel weg waren we echter niet, omdat de creditcard blokkeerde. De tickets, hotelreserveringen en huurauto pasten nog wel binnen de bestedingslimiet, maar de ‘gijzeling’ van 800 dollar van Avis voor onverhoopte verkeersovertredingen niet. Verkeersboetes kunnen in Costa Rica namelijk oplopen tot 600 dollar en dat probeert het autoverhuurbedrijf af te dekken met die gigantische reservering. Iets wat je natuurlijk niet duidelijk te lezen krijgt als je de auto online boekt, bleek ook uit de boze reactie van onze Europese buren aan de balie. (En laat je niet in de luren leggen door de scherpe verhuurtarieven op de boekingsite. De verplichte verzekering sluit je namelijk pas af bij de verhuurbalie en die drijft de prijs flink op. Ook handig om te bestellen: een navigatiesysteem). Een belletje met de creditcardmaatschappij en een cash betaling brachten echter uitkomst. Met onze 4×4 konden we op weg naar La Fortuna; dik drie uur rijden ten noorden van San José.

In en rond San José was het verkeer nog druk, maar buiten de stadsgrenzen wisten we – als ‘Colombianen’ – niet wat we meemaakten. Terwijl we kronkelden over prachtige wegen door heuvelachtig groen kwamen we haast geen andere auto’s tegen. Door de vele bochten en op en af zat de vaart er niet flink in, maar heerlijk onthaasten hoort bij een vakantie in Costa Rica. En die hoge verkeersboetes schrikken ook af.

Onderweg was al goed te zien wat een zeer belangrijke bron van inkomsten voor Costa Rica is: het toerisme. Overal werden toers naar watervallen aangeboden, kun je vlindertuinen bezoeken, ‘ziplinen’ of wildwatervaren.

La Fortuna

In de middag kwamen we aan in Hotel Brisas Arenal in La Fortuna. Prachtig in de natuur gelegen en met zicht op de belangrijkste attractie van La Fortuna: de vulkaan Arenal. Door de zee van ruimte, het groen en het beperkt aantal houten huisjes, heerste er een hele relaxte sfeer. De houten huisjes bleken vooral in trek bij Europese stelletjes van eind twintig, begin dertig.

Chocolate Tour

Wij sliepen in totaal drie nachten in La Fortuna en dat resulteerde in twee volle dagen om te vullen. En dat bleek in La Fortuna geen enkel probleem. Op de eerste dag stond in de ochtend een bezoek aan een cacao-plantage – informeer bij de receptie van je hotel naar de mogelijkheden – op het programma. Voor 25 dollar per volwassene (kinderen gratis) werden we in een uurtje of twee ingewijd in de geheimen van de productie van chocola. Na een proeverij als afsluiting stapten we voldaan weer de auto in. Ondanks de vele chocola hadden we nog trek in een lunch en dan is in La Fortuna het ultieme adres: La Hormiga (De Mier). La Hormiga is een authentieke soda (restaurantjes heten ‘soda’ in Costa Rica) waar locals met toeristen zij aan zij eten. Tijdens de lunchuren is het er afgeladen, maar we konden nog net een tafeltje voor vier regelen. De menukaart vermeldt onder meer de ‘casado’: rijst met bonen, groenten en kip of vis. Voor 3 tot 4 euro per persoon eet je je buikje vol. En dat is heel goedkoop in Costa Rica.

Parque Nacional Volcan Arenal

Vanuit downtown La Fortuna reden we vervolgens in een minuut of twintig naar het nationaal park bij de vulkaan; Parque Nacional Volcan Arenal. Het park heeft twee ingangen. De eerste ingang vind je aan de hoofdweg naar het park toe en dat is de start van een pittige en lange hike. Wij kozen voor de ingang verderop (we moesten eerst een stuk met de auto over een modderig weggetje) dat bestemd is voor families met kinderen. Het pad is daar namelijk geasfalteerd en een stuk korter. Het brengt je langs een aantal uitzichtpunten waarbij je de vulkaan en het meer kunt aanschouwen. Prachtig, zeker bij helder weer.

Waterval

Op dag twee begon de ochtendsessie met een bezoek aan de waterval van La Fortuna. De entree is hier 15 dollar per volwassene en via flink wat traptreden bereik je de voet van de waterval. Het is een exemplaar uit een boekje, want mooier vind je ze zelden. Neem je zwembroek mee, want zwemmen mag!

Sloth Tour

Als afsluiter aan La Fortuna hadden we de Sloth Tour besteld. Dat is een ‘safari’ in een busje rondom La Fortuna waarbij je op zoek gaat naar sloths; Engels voor luiaards. Al is de Spaanse benaming het mooist: ‘oso perezoso’. We vonden er een stuk of drie, waarbij je aandoenlijke diertjes wel moet aanschouwen door de verrekijker van de gids. Ze zitten namelijk hoog in de boom. Verder spotten we gekleurde vogels (geen toekans, al lijken ze daar we op) en als toetje: de bluepants-kikker. Dit prachtige (gif)kikkertje heeft een felblauwe broek aan onder zijn rode tricot. Hoewel deze toer zeker aardig was om te doen, vonden we de prijs wel fors: 60 dollar per volwassene. Elders in Costa Rica, zoals In Parque Nacional Marco Antonio, kun je luiaards namelijk ook spotten en tegen een prettiger tarief. Dus voor La Fortuna geldt wat ons betreft; must-do: de choco-toer, de waterval en een hike door het nationaal park met zicht op de vulkaan. Eventueel: de sloth-toer.

Quepos

Van La Fortuna is het 5-7 uur rijden naar Quepos aan kust ten zuidwesten van La Fortuna, zegt de reisgids. Met een ultrakorte stop deden we er 5 uur over, waarvan het eerste deel over dezelfde route voert als van San José naar La Fortuna. Dus: veel groen, veel bochten en lage snelheden. In het tweede deel rijd je langs de kust en mag je 80 km/u. De route leidt onder meer langs Jaco, een zelfverklaard surfparadijs, maar wij moesten nog dik 70 kilometer verder naar Quepos. Ook dit is een kustplaats – en ook hier kun je uitstekend golfsurfen – maar met het grote verschil dat het Nationaal Park Marco Antonio de achtertuin vormt.

Wij checkden – na wat navigatieproblemen – in bij ‘Quepos Tropical Villa #4’ zoals booking.com het appartement noemt. De villa – in de heuvels net buiten Quepos – maakt deel uit van een handjevol riante huisjes die rond een centraal zwembadje zijn gebouwd. Compleet met eigen keuken was dit een prima uitvalsbasis om het genoemde nationaal park te ontdekken. Het dorpje Quepos zelf is namelijk nauwelijks de moeite waard. Het is klein en broeierig en kent geen bijzondere architectuur. En op straat kom je niet zelden een dronkeman of dakloze tegen.

Boottocht

Omdat het nationaal park altijd op maandag dicht is, kozen we onze eerste dag voor bootochtje tussen de palmolieplantages. Wie Quepos bereikt, rijdt namelijk eerst kilometers over een kaarsrechte weg omgeven door vele hectares palmolieplantages. De tour bestel je bij de toeristische begeleiders bij de ingang van Playa Espadilla en kost 45 dollar per volwassene. Vervolgens rijd je in 20 minuten naar het vertrekpunt om een paar uurtjes door de natuur te varen. Wij zagen een boa constrictor in de boom hangen, werden ‘overmeesterd’ door schattige aapjes op de boot en maakten onder meer kennis met de nodige schildpadden. Ook gezien: een luiaard van redelijk dichtbij, over het water rennende hagedis-achtigen en een baby-krokodil. Al was dat het huisdier van onze gids. En dat allemaal zonder door een verrekijker te hoeven turen. Een must do!

Playa Espadilla

In de middag keerden we terug naar het strand van Playa Espadilla om daar van de golven en zonsondergang te genieten. Hier proberen ze overigens ook een toer op een gigantische catamaran – met zwembad aan boord – aan te smeren. Walvissen en dolfijnen worden beloofd, al vertelden andere gidsen dat je die niet zeker te zien krijgt. Walvissen zwemmen alleen voorbij in bepaalde seizoenen en de kans op dolfijnen is fifty-fifty. Voor 85 dollar per volwassene kun je zelf een gokje wagen, maar informeer goed of het ’t juiste seizoen daar voor is.

Nationaal Park Marco Antonio

De regenperiode had ons de volgende ochtend dan toch even in de greep toen we op weg naar de ingang van Nationaal Park Marco Antonio flink nat werden. Een uurtje later was het echter weer droog. In het natuurpark kun je diverse hikes maken over aangelegde paden. Voor de die-hard avonturier wellicht wat te toeristisch, maar desondanks de moeite waard. Ons eerste hike was een korte (700 meter) naar een watervalletje. Het hoogtepunt vormde echter de wandeltocht van 2 kilometer naar het strand dat verborgen ligt in het park. We passeerden namelijk een groep brulapen die met veel geluid van tak naar tak sprongen. Op het strand liepen een aantal aapjes rond en een paar mapaches; wasberen. Schitterende beesten om te zien; maar ook erg verzot op de inhoud van je rugtas. Een jongeman die een wasbeer van dichtbij op de foto wilde zetten werd bovendien tot bloedens toe in z’n vinger gebeten.

San José

Als eindpunt van onze reis bezochten we nog een dagje San José (in 2,5 uur rijd je vanaf Quepos naar de hoofdstad). Hoewel er een paar aardige musea schijnen te zijn, beperkten wij ons tot een stadswandeling en het kopen van wat souvenirs. Onze bevinding: San José is geen toeristenmagneet; La Fortuna en de omgeving van Quepos des te meer.

 

Pura vida!

Als je een Costa Ricaan hoort praten, dan valt op dat ze een bijzondere uitspraak van de ‘r’ hebben. Een beetje alsof een Amerikaan Spaans probeert te praten. En elke Costa Ricaan werkzaam in de toeristensector spreekt vloeiend Engels. Toch zal hij of zij altijd afsluiten met ‘Pura vida’; een Costa Ricaanse variant op ‘tot ziens’, of beter gezegd ‘het ga je goed’.

 

Toeristisch

Voor Costa Rica is het toerisme een enorm belangrijke inkomstenbron. Met prachtige wegen, prima accommodaties en tal van natuurparken en ander natuurschoon is er voldoende te beleven. Gratis is dat allemaal niet. Een natuurpark vraagt al snel 15 dollar entree per persoon en een toer met een gids is ook flink aan de prijs. Tussen de 50-100 dollar per persoon is geen uitzondering, afhankelijk van de activiteit. Voor een middenklasse hotel betaal je 100-200 dollar per nacht per kamer zegt Lonely Planet, wij kwamen in de praktijk op 130 dollar per nacht uit voor twee volwassenen en twee kleine kinderen. In de toeristische gebieden kun je zowel met de plaatselijke Colon betalen als met Dollars. De pinmachines zijn daar – meestal – op berekend.

 

Reizen met kinderen

Wij kozen Costa Rica omdat wij met kleine kinderen reizen. En dat is uitstekend bevallen. Er zijn genoeg activiteiten te vinden die zowel leuk als leerzaam zijn voor kinderen. Bovendien zijn de afstanden relatief kort en de verbindingen en infrastructuur goed.

 

Colombia vs Costa Rica

Veel van de natuur die je in Costa Rica aantreft, kun je ook in Colombia vinden. Costa Rica is echter veel verder in het toeristisch ontplooien van dergelijke natuurlijke schatten. Bovendien is Costa Rica veel makkelijker te bereizen. Een huurauto volstaat. Colombia is veel groter en veel onherbergzamer. Om alle hoogtepunten te zien, moet je een aantal keer het vliegtuig in. Daar staat tegenover dat Colombia veel goedkoper is. En ja, waarom zou je beide landen niet allebei bezoeken?

Goed om te weten

Pinnen: in de toeristische gebieden staat altijd een flinke rij voor de pinautomaat, viel ons op. Voordat je aansluit in de rij, vraag even na of het machine is die alleen voorziet in Colones of ook in Amerikaanse Dollars. Je kunt in restaurants of winkels vaak vragen voor een rekening in Colones of Dollars. Betalen in Colones is meestal voordeliger, merkten wij.

Auto huren: een onderpand van 800 dollar blijkt heel gebruikelijk. Neem dus voldoende cash mee of check of de bestedingslimiet op je creditcard voldoende ruimte biedt voor een dergelijke reservering. Ook betaal je pas aan de balie de verplichte verzekeringen. De prijs op de website is dus niet de prijs in de praktijk. Een 4×4 wordt aangeraden maar is in de praktijk niet nodig. Wij reden onze 4×4 de gehele tijd probleemloos in tweewielaangedreven modus. Wel heel handig: een navigatiesysteem.

In het verkeer: in tegenstelling tot in Colombia wordt er in Costa Rica netjes gereden. Rustig en over het algemeen voorspelbaar. De wegen zijn goed en op bepaalde trajecten rijd je over tolwegen. De kosten van die tolwegen zijn laag, meestal minder dan 1 Colon (1,50 euro).

Toeristisch: wij bezochten Costa Rica in november. Dat is niet het hoogseizoen en dus niet ontzettend druk. In het hoogseizoen schijn je er wel te struikelen over de toeristen. Vooral over de Amerikanen. Ter illustratie: bij onze choco-toer liepen we met z’n zessen door de plantage, terwijl er in het hoogseizoen 300 bezoekers per dag worden verwelkomd.

Souvenirs kopen: in de oude wijk van San José heb je een overdekte markt met tal van souvenirs tegen scherpe prijzen. Al is afdingen altijd verplicht. Op de vluchthaven betaal je je scheel: 35 dollar voor een pluchen toekan.

Veiligheid: Costa Rica wordt bestempeld als ‘zeer veilig’. En in La Fortuna kregen we ook wel dat idee. Het hotel was bijvoorbeeld niet voorzien van een hek of bewaking en iedereen kon in en uitrijden. In Quepos liep juist heel veel politie op straat en dat leek ook wel nodig omdat er best wel wat ongure types rondliepen. Het hotel was wel voorzien van een hek en een portier. In San José wilden we vroeg in de avond teruglopen naar ons hotel. De taxi-chauffeur had ons nog aangemoegdigd dat te doen: ‘super veilig’, zelfs later op de avond. Een vriendelijke jongedame op straat adviseerde dat absoluut niet te doen. Of te wel: gebruik je verstand!